Het kabinet heeft op 1 oktober 2026 de Zelfstandigenwet in internetconsultatie gebracht. Wie voldoet aan een zelfstandigentoets én een werkrelatietoets, moet vooraf zekerheid krijgen dat geen sprake is van werken onder gezag. Het voorstel is nog geen geldend recht en bevat belangrijke onderdelen die later bij algemene maatregel van bestuur worden ingevuld.
Een veilige haven naast het bestaande arbeidsrecht
Het voorstel voegt aan artikel 7:610 BW een regeling toe waarin staat wanneer in ieder geval geen sprake is van arbeid in dienst van een werkgever. Als zowel de zelfstandigentoets als de werkrelatietoets is gehaald en partijen ook feitelijk zo werken, valt de relatie in de beoogde ‘veilige haven’. De kwalificatie als arbeidsovereenkomst wordt dan uitgesloten wegens het ontbreken van gezag.
Voldoet een zelfstandige niet aan één of beide toetsen, dan ontstaat niet automatisch een arbeidsovereenkomst. De relatie moet dan worden beoordeeld volgens het bestaande kader van artikel 7:610 BW en de relevante rechtspraak. De veilige haven is daarmee een aanvullende zekerheid, geen vervanging van de huidige kwalificatietoets. Een contract waarin alleen staat dat partijen geen arbeidsovereenkomst willen, blijft onvoldoende wanneer de uitvoering daar niet bij aansluit.
De zelfstandigentoets kijkt buiten de opdracht
De eerste toets ziet op de ondernemer zelf. De conceptwet verlangt ten minste drie verschillende opdrachtgevers of klanten in de relevante periode, een minimumbesteding aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s en kenmerken die wijzen op zelfstandig ondernemerschap. De consultatie noemt onder meer een KvK-inschrijving, btw-nummer, afzonderlijke zakelijke rekening, eigen facturatie en verantwoordelijkheid voor betaling aan derden.
Het minimumbedrag en de voorzieningen die meetellen worden nog bij algemene maatregel van bestuur bepaald. Genoemd zijn bijvoorbeeld voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid, ziekte en pensioen, maar ook beroeps- of bedrijfsaansprakelijkheid. Juist doordat deze uitwerking ontbreekt, kunnen opdrachtgevers en zelfstandigen nog niet definitief vaststellen of zij later aan de zelfstandigentoets voldoen. Voor starters en buitenlandse zelfstandigen vraagt de toelichting bovendien om nadere uitwerking.
De werkrelatietoets draait om de praktijk
De tweede toets beoordeelt de concrete opdracht. Partijen moeten buiten een arbeidsovereenkomst willen werken. De zelfstandige moet vrijheid hebben bij de inrichting van het werk, de werktijden en de werkplek, en voor eigen rekening en risico werken. Locatie- of tijdgebonden werkzaamheden kunnen volgens de consultatietoelichting uitzonderingen rechtvaardigen, maar de opdrachtgever mag niet alsnog de dagelijkse uitvoering beheersen.
Voor organisaties betekent dit dat niet alleen het modelcontract telt. Ook onboarding, roosters, interne instructies, toegang tot systemen, vervanging, kwaliteitscontrole, aansprakelijkheid en de manier waarop tarieven en herstelwerk worden behandeld, kunnen laten zien hoe zelfstandig iemand werkelijk werkt. Een goed contract dat structureel anders wordt uitgevoerd biedt geen veilige haven.
Wat betekent dit nu voor de praktijk?
De consultatie loopt van 1 tot en met 29 oktober 2026. Het voorstel moet daarna nog langs de Raad van State en beide Kamers en kan inhoudelijk wijzigen. De Rijksoverheid noemt januari 2028 als beoogde invoering, terwijl de conceptwet zelf de datum overlaat aan een later koninklijk besluit. De huidige regels en handhaving blijven ondertussen gelden: sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid.
Gebruik het voorstel daarom als vooruitblik en niet als vrijbrief. Organisaties kunnen hun zzp-populatie wel alvast segmenteren: welke opdrachtnemers lijken aan beide toetsen te voldoen, waar ontbreekt bewijs en welke opdrachten zijn feitelijk sterk ingebed in de organisatie? Zo ontstaat een bruikbaar dossier zonder nu al op onzekere conceptcriteria te vertrouwen.
Actiepunten
- Inventariseer per zelfstandige het aantal opdrachtgevers, de zakelijke basisvoorwaarden en beschikbare bewijsstukken.
- Toets per opdracht de vrijheid over uitvoering, tijd en plaats en leg afwijkingen vanwege locatie- of tijdgebonden werk uit.
- Vergelijk het contract met de dagelijkse praktijk, waaronder instructies, roosters, vervanging, aansprakelijkheid en financieel risico.
- Blijf lopende relaties beoordelen volgens artikel 7:610 BW en de bestaande rechtspraak; wacht niet op de nieuwe wet.
- Volg na 29 oktober de aangepaste wettekst, de algemene maatregel van bestuur en het uiteindelijke koninklijk besluit.
Stand van zaken per 3 oktober 2026: dit is een kabinetsvoorstel in internetconsultatie en geen geldend recht. Reageren kan tot en met 29 oktober 2026. Het minimumbedrag voor risicovoorzieningen en verschillende kenmerken van zelfstandig ondernemerschap zijn nog niet definitief ingevuld. De Rijksoverheid noemt januari 2028 als beoogde inwerkingtreding; de conceptwet bepaalt alleen dat de datum later bij koninklijk besluit wordt vastgesteld.
Bronnen
- Internetconsultatie – Zelfstandigenwet, consultatiegegevens en criteria
- Internetconsultatie – conceptwettekst Zelfstandigenwet
- Internetconsultatie – conceptmemorie van toelichting
- Rijksoverheid – Zelfstandigenwet biedt meer duidelijkheid en erkenning voor zzp’ers
- Rijksoverheid – actuele aanpak schijnzelfstandigheid
Dit artikel is algemeen van aard. Wilt u weten wat deze ontwikkeling voor uw eigen situatie betekent, lees dan verder over arbeid en geschillen of leg uw vraag voor via de gratis intake.